|
|
|
Na de opmars van de moestuin staat fruit nu volop in de belangstelling. Je eigen appels en peren kweken, is immers leuk en makkelijk. Vergeet even die perfecte appel uit de fruitwinkel. Een vrucht van eigen boom is zelden mooi rond of egaal gekleurd maar wat maakt het uit, als je er een unieke smaak voor terugkrijgt? Soorten die al lang uit de commerciële handel verdwenen zijn of nog onbekende nieuwigheden kan jij wel in jouw fruittuin koesteren. Een zelfgeplukte appel is bovendien kraakvers en bijna altijd biologisch. Want de meeste fruitrassen krijgen zelden ziekten en hoeven niet behandeld te worden.
|
|
|
Van appelhaag tot perenboog
In een kleine tuin kunnen enkele halfstamboompjes (waarvan de kruin begint op zo’n anderhalve meter hoog) in het gazon al een mooie oogst opleveren. Of plant een paar laagstammen (met een kruin vanaf een halve meter hoog) als afboording van de border. Leifruit tegen een muur of een mooie zuilappelaar in het bloemenperk nemen nog minder plaats in beslag en zorgen toch voor een leuke opbrengst. Ook erg mooi en bijzonder origineel is een perenboog of –berceau, waarbij je zuilbomen of jonge laagstammen langs een stevige metalen boog leidt. Twee of drie jonge laagstam appelbomen op een rijtje tegen een lattenwerk vormen samen een fruithaag. Fruitbomen hebben veel zon nodig en een voedzame bodem. Heb je die niet, bereid de grond dan minutieus voor. Leg na het aanplanten een laagje compost rond de voet en haal opkomend onkruid regelmatig weg.
|
Smaken van weleer
Kies vergeten soorten, uit jouw eigen streek, en meng vroege soorten (‘oogstappels’) met bewaarfruit en eetappels met stoofappels. Reinette Descadre (syn. d’Escardres), Reinette de Chênée en Court-Pendu zijn excellente appels; heel lekkere peren van vroeger zijn Légipont (syn. Charneux, Fondante de Charneux), Comtesse de Paris, Doyenne, Triomphe de Vienne en Gieser Wildeman. Of probeer eens de nieuwe ziekteresistente appel Retina of de zelfbestuiver Gloster, een donkerrode bewaarappel met grote opbrengst. Leuk en lekker is de (ziekteresistente) Japanse Nashi-peer (Pyrus pyrifolia), die de vorm van een appel heeft, met zandkleurige schil en wit, sappig, zoet vruchtvlees. Plant minstens twee verschillende appel- of perensoorten bij elkaar, zodat ze elkaar kunnen bestuiven en je nog meer vruchten oogst.
|
|
Malus 'Appollo' (Best Select)
|
|
Balkonappeltjes
Wie geen tuin heeft, kan z’n eigen fruit in pot kweken, op het balkon of terras. Door de beschutte plek geven de boompjes vaak vroeger rijpe vruchten. Bovendien heb je er een pak minder snoeiwerk aan. Geef ze van bij de start de juiste potgrond en verwen ze in de lente en zomer met organische mest. Ideaal zijn zuilboompjes zoals de Ballerina-appels Bolero, Charlotte, Maypole, Polka of Walz. Ze groeien traag, worden niet breder dan 50 cm en maximum 2m hoog en leveren lekkere appels op. Ook sierappelaars kunnen erg mooi staan op je balkon; hun vruchten, ter grootte van een kers, zijn het lekkerst gestoofd. Perziken en nectarines, die in de tuin gevoelig zijn voor schimmels, zullen op een overdekte plek op het balkon mooie vruchten opleveren.
|
Vorm je eigen leiboom
Leifruit is prachtig maar een kant en klaar geleide fruitboom in pot, met 3 etages, kost al gauw 100 euro. Heb je wat geduld, dan kan je net zo goed je leiboom zelf opkweken. Koop in de winter een jonge, voorgesnoeide boom met blote wortel of begin met een jonge laagstamboom, ook wel ‘spil’ of ‘snoer’ genaamd, die je jaar na jaar leidt en opsnoeit. Na 5 jaar zal je boom z’n definitieve vorm bereikt hebben. Vraag de kweker naar appelboompjes op onderstam B9, en peren met onderstam ‘kwee C’ of ‘Adams’.
|
|