De beste manier om insecten te helpen, is meer bloemen te planten en te zaaien. Inheemse bloemen zijn erg belangrijk voor onze inheemse bijen, maar ook niet-inheemse planten brengen massa's nectar en stuifmeel in je tuin.

Plant dus veel bloemen, met verschillende vormen en bloeitijden, liefst zo gevarieerd mogelijk, het is de mix die het hem doet.

Hoe diverser het buffet, hoe biodiverser je tuin.



dsc-0112-bij-website.jpg

Wat bijen en hommels nodig hebben is een tuin met veel variatie. Een mix van bomen, struiken, kruiden, vaste planten en bloembollen, waarbij er zowat het hele jaar door wat in bloei staat, is ideaal.

De beste bijenplanten hebben open bloemen met veel nectar en stuifmeel. Bijen zijn bijvoorbeeld verzot op kattenkruid, en hommels op vingerhoedskruid.

- Ook kruiden zijn een geweldige voedselbron, vooral de bloemen van bieslook, rozemarijn, tijm, salie en pimpernel. Oregano bevat de meeste stuifmeel en nectar.

- Of zaai een hoekje van de tuin in met een inheems bloemenmengsel, daar kunnen bijen, hommels en vlinders een hele zomer van eten.

dsc-0062-zweefvlieg-website.jpg
Zweefvlieg
dsc-0120-echinacea-hommel-enz-website.jpg
Hommel

Bijenhotelletjes zijn interessant, maar twee derden van onze wilde bijen, zoals de zandbijen, en ook veel hommels wonen onder de grond. Een natuurlijk stukje tuin waar je plantenstengels, dood hout en snoeiafval laat liggen, biedt minstens zoveel holletjes als een bijenhotel.


Hang je toch een bijenhotel op, kies dan voor verschillende kleine kastjes in plaats van één groot. Wilde bijen zijn solitaire bijen, die liever alleen wonen, en dus niet in groep, zoals honingbijen. Gooi de oudste kastjes na 4 jaar weg, meestal zijn alle gaatjes dan verstopt en kunnen bijen er geen eitjes meer inleggen.

5 mythes over bijen

- ‘Je hebt een grote tuin nodig.’ Zelfs in heel kleine tuintjes vind je per vierkante meter gemiddeld een even grote diversiteit aan insecten en bijen als in grote tuinen.
- ‘Je moet je tuin laten verwilderen.’ Je tuin kan perfect gestructureerd en zelfs deels strak zijn, als er maar een deel natuurlijk mag uitgroeien, liefst met extra inheemse planten.
- ‘Je moet op het platteland wonen.’ In een tuin in de stad of aan de stadsrand komen niet minder insecten en bijen voor dan op het (veel monotonere) platteland.
- ‘Eenjarige bloemen zijn het belangrijkst voor bijen.’ Bloemenmengsels geven één zomer lang veel nectar en stuifmeel, maar bomen en struiken, en bloemen die vroeg in de lente (krokussen) of laat in de herfst (asters, klimop) bloeien zijn nog belangrijker.
- ‘Je moet inheemse planten zetten.’ Met inheemse planten doe je solitaire bijen een groot plezier, maar of er nu meer of minder inheemse plantensoorten in je tuin staan, heeft verrassend genoeg geen invloed op het aantal insecten- en bijensoorten. Het is de variatie die het hem doet.