Laurence Machiels
Ecologisch tuinexpert
Een kleine tuin vraagt slimme keuzes. Gelukkig hoef je niet in te boeten op sfeer, bloemen of biodiversiteit. Sterke tuinstruiken zijn een duurzame investering: ze leven tientallen jaren, vragen weinig onderhoud en zorgen jaar na jaar voor kleur, structuur én voedsel voor insecten.
Na de droge zomers van de voorbije jaren is het duidelijk: struiken die veel water nodig hebben, zoals hortensia’s, rododendrons of fuchsia’s, krijgen het steeds moeilijker. Vandaag kies je beter voor droogtetolerante, compacte struiken. Deze drie toppers zijn perfect voor kleine tuinen én een paradijs voor bijen en vlinders.
Wil je meer leven in je tuin? Dan is een compacte vlinderstruik (Buddleja davidia) een absolute aanrader.
Vraag in het tuincentrum of bij je plantenkweker naar een compacte variant zoals Argus White of Argus Velvet.
Deze struik is een vaste waarde in Britse tuinen – en terecht.
Ceanothus groeit traag, blijft mooi compact en oogt altijd verzorgd. Daardoor is hij perfect voor een stadstuin of smalle border, of tegen een kleine zonnige muur.
Tip: jonge planten zijn licht vorstgevoelig (–5 tot –10 °C). Geef ze een beschutte plek uit de noordoostenwind en dek jonge planten de eerste jaren af bij vorst.
Vergeet de klassieke hoge sering: er zijn modernere varianten die lang bloeien én compact blijven, voor de kleine tuinen.
Vraag in je tuincentrum of bij je plantenkweker naar een compacte variant zoals BLOOMERANG®.
Die bloeien niet één keer, maar blijven de hele zomer bloemen maken.
Een goede start is alles. Met dezeplanttips geef je je nieuwe struiken een sterke start én vergroot je de overlevingskansen bij droogte.
1. Bereid de plek goed voor. Plant je op een plek waar eerder al een struik stond? Woel de grond dan diep los en meng er een paar handen compost of een bodemverbeteraar door.
2. Water in het plantgat, niet erbovenop. Giet een flinke hoeveelheid water in het plantgat vóór je plant. Dat is veel effectiever dan achteraf water geven, omdat de wortels meteen contact maken met de vochtige grond en dieper groeien, in plaats van oppervlakkig. Geef na het planten ruim een emmer water.
3. Laat de bodem nooit kaal. Een kale bodem warmt snel op en droogt uit. Plant daarom een bodembedekker onder je struik of breng een mulchlaag aan. Dat vermindert verdamping in de zomer, beschermt de wortels tegen hitte, stimuleert het bodemleven en houdt minder gewenste planten op een afstandje.
Ecologisch extraatje: bloeiende bodembedekkers zoals bosaardbeien, kruipend zenegroen, maarts viooltje, onzelievevrouwebedstro, brunel ... leveren ook nectar voor insecten en maken je tuin nog levendiger en biodiverser.