Laurence Machiels
Ecologisch tuinexpert
We hebben het toch zo graag netjes in de tuin. Bladeren opruimen, borders fatsoeneren, de moestuin leegmaken, dode stengels afknippen,...
Maar net die opruimwoede doet je tuin meer kwaad dan goed. Die rommeligheid is precies wat je tuin nodig heeft om biodivers de winter door te komen.
Al zijn er wel een paar dingen die je wél best doet, voor de vorst en de koude hun intrede doen.
De tijd dat de grasmaaier begin oktober op stal ging, ligt achter ons. Door de zachtere winters blijft het gras langer groeien. Pas wanneer de bodemtemperatuur rond 6 °C zakt, stopt de groei echt.
Hark wel de herfstbladeren van het gazon of maai ze mee. Gras dat onder een dik bladerdek ligt, krijgt te weinig licht en lucht en wordt een kale plek. Die bladeren zijn echter allesbehalve afval: strooi ze in de moestuin op lege bedden, tussen groenten of bloemen, of verzamel ze in een bladkorf om zelf bladaarde te maken.
Maai het gras verder, maar zet je (robot)maaier op de hoogste stand. Iets langer gras beschermt de wortels tegen slagregen, koude wind en vorst.
Geef alleen kalk als een bodemanalyse aantoont dat je grond te zuur is. Strooi nooit zomaar kalk “voor de zekerheid”. Bijna 80% van de Vlaamse gazons is overbekalkt (en vaak ook overbemest)! Voor een tien euro vind je in het tuincentrum al een eenvoudige bodemanalyse testkit.
Bladeren zijn geen afval maar waardevolle, natuurlijke voeding voor je tuin. Ze beschermen de bodem tegen uitdroging verbeteren de structuur en het bodemleven. Denk maar aan die luchtige, humusrijke bosgrond: die ontstaat vanzelf, enkel en alleen uit bladeren.
Laat herfstblad liggen in borders, tussen struiken en onder hagen. Daar verteert het rustig tot humus.
Haal bladeren wel weg van groenblijvende planten zoals lavendel en van groenblijvende hagen of struiken (taxus, Osmanthus, Lonicera…), hun bladeren hebben ook 's winters licht nodig.
Voer bladeren niet af naar het recyclagepark. Maak er zonder moeite bladaarde van. Zet één of meerdere korven van draadgaas of kastanjespijltjes op een rustige, liefst schaduwrijke plek en gooi daar al het blad in. Na een jaar heb je donkere, humusrijke bladaarde om je bodem mee te verbeteren.
Gebruik bladeren ook als winterdeken voor vorstgevoelige planten zoals Penstemon, artisjok of Agapanthus in volle grond.
Zolang het niet vriest, blijven veel zomerbloembollen gewoon doorgroeien en zelfs bloeien. Dahlia’s, gladiolen en canna’s mogen in de grond blijven tot de eerste nachtvorst. Pas daarna graaf je ze uit en bewaar je ze droog en koel, in kistjes tussen krantenpapier, in de kelder.
In lichte zandgrond kan je ze eventueel laten zitten met een dik pak bladeren erbovenop. Dat spaart werk, maar het blijft een gok. Bij strenge vorst ben je ze kwijt.
Tip: sieruien zijn winterhard en kunnen probleemloos in de grond blijven.
Citrusbomen, oleander en Agapanthus in pot haal je best binnen zodra de temperatuur richting 5 °C gaat. Zet ze onder een afdak of in de serre.
Dreigt er vorst, wikkel de pot en plant dan in met vliesdoek. Noppenfolie kan ook, maar haal die meteen weer weg na de vorst om condens en schimmel te vermijden.
Verwijder de schaaltjes onder terrasplanten die buiten blijven. In de winter sterven planten vaker door natte voeten en wortelrot dan door kou.
Snoei lange, loshangende takken van klimplanten tegen de muur licht in en bind ze vast. Zo voorkom je dat herfststormen ze losrukken.
Sommige tuinmiddeltjes zijn zo oud als de straat, maar worden nog altijd gebruikt omdat ze werken. Denk maar aan brandnetelgier. Of boomwitsel.
Een witgekalkte stam ziet er niet alleen mooi uit, het heeft ook een functie. De laag vormt namelijk een fysieke barrière tegen parasieten die zich in de schors willen nestelen, het voorkomt vorstscheuren in de winter en beschermt de stam tegen zonnebrand in de zomer. Doordat het wit de zon weerkaatst, warmt de schors geleidelijk op en niet bruusk.
Het makkelijkst is kant-en-klaar boomwitsel. Breng het royaal aan met een grove verfborstel. Vul zoveel mogelijk kieren en spleten. De beste periode om te witten loopt van oktober tot en met april.
TIP. Smeer ook de binnenkant van je houten kippenhok twee tot drie keer per jaar in met boomwitsel. Zo krijgen bloedluizen veel minder kans om zich te nestelen.