Zo maak je een vogelvriendelijke tuin

Droom je van meer gefluit, gekwetter en leven in je tuin? Dan volstaat een nestkastje of wat wintervoer helaas niet. Een écht vogelvriendelijke tuin is een ecosysteem waarin vogels zich veilig voelen, voedsel vinden en zich kunnen voortplanten – het hele jaar door.

Vogels zijn bovendien onmisbare bondgenoten in een ecologische tuin: ze eten zaden, rupsen en insecten en helpen zo het natuurlijke evenwicht bewaren. Wil je meer vogels aantrekken én houden? Onthoud dan deze vijf gouden regels: de 5 V’s voor vogels.


dsc-8071-putter.jpg
received-652109469130789-vogels-ig.jpg
Staartmezen

1. Voedsel: het hele jaar door

Bijvoederen in de winter helpt de vogels in je tuin, zeker in een strenge winter. Maar wat ze het meest nodig hebben is voedsel het hele jaar door. Een biodiverse tuin is daarbij de basis.

Lente

Vogels hebben massa’s insecten, rupsen en wormen nodig voor hun jongen. Die vinden ze ondermeer op inheemse planten (zoals margriet, korenbloem en duizendblad), in de border, in de moestuin en bessentuin. 

Zomer

Zorg voor veel zadenrijke planten in je tuin zoals zonnebloemen, teunisbloem, kaardenbol... 

Herfst

Bessen zijn cruciaal: ze leveren suikers en vitaminen. Vogels vinden die vooral op lijsterbes, vuurdoorn, meidoorn, bramen, rozen (de bottels), klimop, ... Laat zeker wat appels en peren liggen: veel vogels zijn er dol op.

Winter

Natuurlijke winterkost komt van de vele (inheemse) vaste planten, en van de een- en tweejarigen die je in je tuin laat staan. Klimopbessen en sierappeltjes zijn vooral vanaf februari in trek. 

Voeder gerust het jaar rond bij met zaden. Vetbollen en pinda's zijn voor de winter. https://laurencemachiels.be/blog/zelf-vogelvoer-maken" target="_blank">Lees hier meer over vogels voederen in je tuin. Heb je kippen? Mussen pikken graag een graantje mee.

2. Verblijfplaats - een plek om te schuilen en te broeden

Vogels hebben nood aan veilige plekken om te rusten, te schuilen en hun jongen groot te brengen. Niet elke vogel woont in een nestkast: merels en vinken bouwen liever zelf een nest, terwijl mezen en mussen net dankbaar gebruikmaken van een huisje.

Zo voorzie je voldoende verblijfplaatsen:

  • Hagen en struiken. Vooral stekelige hagen zoals meidoorn bieden beschutting en nestgelegenheid, én voedsel.
  • Klimplanten. Klimop is een absolute topper: een wintergroene schuilplek bij slecht weer, insecten het jaar rond en bessen vanaf februari.
  • Nestkasten: lees welke nestkast past in jouw tuin
dsc-4606-nestje-roodborstje-ig.jpg
dsc-0728-gemengde-haag-ig.jpg

3. Variatie: hoe rijker je tuin, hoe meer vogels

Een tuin met alleen maar een kale grasvlakte en een monotone, strakke haag omheen is niet alleen ecologisch erg arm maar ook totaal onaantrekkelijk voor vogels. Wat ze nodig hebben is variatie in hoogte, structuur en plantensoorten.


  • Werk in lagen. Combineer bomen, middelhoge struiken, vaste planten en bodembedekkers.
  • Zorg voor water: een vijvertje, ton of drinkschaal om te drinken én te badderen.
  • Kies de juiste planten: zoveel mogelijk inheemse planten die bloeien en vruchten dragen van de vroege lente tot laat in de herfst.
  • Een gemengde haag is top voor vogels. Zet er planten in die eigen zijn aan jouw streek en bodem, dat maakt ze extra herkenbaar voor de vogels in jouw tuin. 

4. Veiligheid - een tuin met weinig gevaren

Een vogelvriendelijke tuin is ook een veilige tuin.

- Houd katten op afstand. Hang nestkasten en voedertafels hoog en niet vlak bij dichte struiken. Doe je kat een belletje om. Katten zijn helaas doodsoorzaak nummer één van tuinvogels...

- Maak je ramen zichtbaar. Grote glaspartijen zijn gevaarlijk. Gebruik raamstickers of fijne lijntjes om botsingen te voorkomen.

- Zorg voor genoeg schuilplekken. Dichte struiken, hagen of coniferen bieden bescherming tegen roofvogels en slecht weer.

- Plaats de voedertafels bij vluchtplekken zoals hagen, struiken, klimmers of een boom, dat geeft vogels een veilig gevoel. 

DSC_0207_kat_vogel_IG_2.jpg
02-3-dsc-0253-tuin-vogels-ig.jpg

5. Verbinding: met het landschap en andere tuinen

Vogels verplaatsen zich het liefst langs veilige routes.


Zo maak je verbindingen:

  • Hagen en afsluitingen met klimplanten vormen veilige vliegroutes. Zet een klimmer tegen je gevel of schutting!
  • Zorg dat bomen en struiken niet te ver uit elkaar staan, zodat vogels geen grote open ruimtes moeten oversteken. Dat is vooral belangrijk voor de jonge. 
  • Motiveer je buren om mee te vergroenen. Een haag die doorloopt over meerdere tuinen is goud waard voor vogels zoals merel en heggenmus.