Laurence Machiels
Ecologisch tuinexpert
Geen enkele plantengroep wordt zo stiefmoederlijk behandeld als tweejarigen. Tegelijk zijn het de meest onderschatte planten voor de tuin.
In het tuincentrum raken ze nauwelijks verkocht, op tuinbeurzen is het vaak het stilste standje en vaak weten tuiniers er geen raad mee. Onterecht – en vooral: jammer. Want wie tweejarigen eenmaal leert kennen, ontdekt een van de meest waardevolle schakels in een biodiverse tuin.
Wat zijn tweejarige planten?
Tweejarigen zijn planten die in het eerste jaar alleen blad (en wortels) vormen en pas in het tweede jaar bloeien en zaad zetten. Daarna verdwijnen ze, gelukkig niet zonder zich zelf uit te zaaien, waardoor je ze op een heel natuurlijke wijze in je tuin houdt.
Dat heeft alles met onze manier van tuinieren te maken, en heel weinig met de planten zelf.
Maar precies die eigenschappen maken tweejarigen zo waardevol. Minder geschikt voor wie een tuin graag strak en voorspelbaar houdt. Wél ideaal voor wie van een levende, meebewegende, dynamische tuin houdt met ruimte voor verrassing en biodiversiteit.
“Je denkt dat tweejarigen lastig zijn?
Wacht maar tot je ziet wat ze doen voor je tuin.”
Ik kan mij mijn tuin simpelweg niet voorstellen zonder tweejarigen. Tweejarige planten hebben zoveel voordelen!
En dan die lente. Geen lente zonder judaspenning, damastbloem, look-zonder-look, vingerhoedskruid en robertskruid. Tweejarigen maken het lentebeeld in mijn tuin.
Een ander groot voordeel: tweejarigen bloeien vaak vroeger dan vaste planten, en meestal ook lang en uitbundig.
Hun open of buisvormige bloemen zijn bijzonder waardevol voor inheemse insecten. Denk aan hommels op - of beter: in - vingerhoedskruid en stokrozen.
Tweejarigen vormen zo een essentiële brug tussen voorjaars- en zomerbloei.
Ze hebben al een winter in de tuin doorgebracht, zijn daardoor sterk en laten zich veel minder van slag brengen door grillig weer of late koudeprikken.
In de zomer brengen veel tweejarigen krachtige, verticale accenten in de tuin: toortsen, teunisbloemen, kaardenbol, wilde peen, engelwortel. Ze geven ritme en hoogte aan borders en ruigere plekken.
In de herfst en winter houden die silhouetten je tuin overeind. En belangrijker nog: ze vormen een onmisbare voedselbron voor zaadetende vogels. Geen putters zonder kaardenbol en teunisbloem.
Veel tweejarigen zijn bovendien verrassend droogtetolerant. Soorten met een diepe penwortel – zoals toorts, distels, peen en kaardenbol – doorboren letterlijk compacte of zware bodems. Ze brengen lucht, water en leven in de grond: gratis bodemverbetering, zonder spade.
Tweejarigen spelen een sleutelrol in een biodiverse tuin.
Bekende tweejarige planten voor bijen zijn slangenkruid, kaasjeskruid, stokroos, vingerhoedskruid, grote teunisbloem, judaspenning, ....
Tal van andere bestuivers, wantsen, lieveheersbeestjes... bevliegen schermbloemen als engelwortel en peen.
Sommige tweejarigen zijn niet alleen nectarplanten, maar ook waardplanten – planten waarop vlinders hun eitjes afzetten. Denk aan wilde peen, gewone pastinaak en (doorlevende) venkel. Die laatste is stricto senso geen tweejarige, maar gedraagt er zich in de praktijk vaak wel naar. Zonder deze planten zie je nooit een rups van de koninginnenpage. En meestal ook de vlinder niet.
Vroege lente
Belangrijk voor vroege vlinders zoals het oranjetipje (waardplant) en voor hommels die net uit winterslaap komen.
Vanaf mei
Vanaf juni
Ook veel tweejarige distels zijn ecologisch goud waard:
En ook niet-inheemse tweejarigen kunnen waardevol zijn in een biodiverse tuin. Muurbloem, duizendschoon, muskaatsalie, verfwede, prikneus, leeuwenbekjes, stokroos, mariadistel... leveren op hun beurt nectar en stuifmeel voor bijen en andere bestuivers.
Tweejarigen zijn geen onbestemde plantengroep maar vormen een belangrijke biodiverse schakel in je tuin. Durf je ze de ruimte te geven, dan krijg je er extra beleving voor jezelf en een belangrijke meerwaarde voor de dieren in je tuin bij.